Johanna Kouwenaar und Hendrik Freijer (1876-1955).

Auch geschrieben: Hendrik Freyer.

  • 29-05-1902 Verheiratet mit Johanna Kouwenaar (geboren am 06-03-1880, gestorben am 00-00-1950, begraben am 08-06-1950 in Amsterdam).
  • Siehe auch: Foto Gustav Mahler und Hendrik Freijer in der Concert Hall.
  • Er war sehr genau und folgte den Anweisungen von Willem Mengelberg (1871–1951).
  • Hielt seine persönlichen Briefe (von vielen Komponisten), als er 1922 ging.
  • In 1999 die Amsterdam Royal Concertgebouw Orchester (RCO / KCO) kaufte die Briefe von der Familie Freijer in einer Auktion.
  • Wohnadresse: Johan Verhulststraat 13E, Amsterdam, Niederlande.

11-04-1913 Vorstandsmitglieder der Royal Concertgebouw. Foto gemacht anlässlich des 25-jährigen Jubiläums. Von links nach rechts: Jan Dudok van Heel (1867-1930), Henricus Joannes van Ogtrop (1866-1914)Richard van Rees (1853–1939)Gerrit Hendrik de Marez Oyens (1811–1883)Hendrik (Han Henri) de Booy (1867-1964) und Hendrik Freijer (1876-1955). Hinten eine Radierung von Gustav Mahler (1860-1911) by Emil Orlik (1870-1932).

Buchbesprechung 'Bitte diese Briefe aufbewahren', 1998 (Niederländisch)

Brieven aan het Concertgebouworkest; 'Bij u te dirigere beschouw ik als plezier'

„Das Honorar für Amsterdam ist anerkannt“, sagte Gustav Mahler und Willem Mengelberg. Hoe het dagelijks leven van het Concertgebouworkest eruit zag tussen 1904 en 1922 blijkt uit de korrespondentie. Volgende Woche verschijnt een boek traf de brieven van onder meer Schönberg en Debussy.

Het boek 'Behalte diese Briefe bitte' verschijnt 13 febr. bij uitg. Toth, Bussum.

"Bewaar svp de brieven!", Schreef dirigent Willem Mengelberg op. 22 August 1909 aan het slot van een brief aan Hendrik Freijer, de administrateur van het Amsterdamse Concertgebouw. Mengelberg zat in der Zwitserse Oberalp-Passhöhe "hoog in de sneeuw, daarom schrijf ik zo onduidelijk, m'n handen zijn stijf van de kou."

Bij zijn brief aan 'Waarde vriend Freijer' stuurde Mengelberg niet alleen 'eenige briefjes etc.' maar hij gaf hem ook negen genummerde opdrachten en suggesties voor het organiseren van de komende concerten. 1. Freijer moest proberen het konzert in Den Haag van Mahler traf diens Zevende symfonie acht dagen uit te stellen von anders proberen de violist Fritz Kreisler te engageren. 4. "Schelling moet ook weer eens komen, ist goedkoop." 5. Max Reger zou een goede vervanger zijn voor Mengelberg, als auch in Frankfurt zou dirig sterben. „Kost schläft 400 Mark. ('n kóópie). " 9. „Rasse wil dirigeeren. Kan dat dit beschlagnahmt von niet? "

Freijer war ein nauwgezet administrateur en bewaarde inderdaad zorgvuldig alle brieven aan Mengelberg, hemzelf en het orkest - ze liggen nu in the Amsterdamse Gemeentearchief. Toen Freijer im Jahr 1922 wegging bij het Concertgebouw, nam hij echte 197 brieven mee. De meeste waren aan hem geschreven Tür meer dan 100 verschillende musici. Het moet een minieme selectie zijn geweest uit achttien jaar administratief en organisatorisch werk voor het orkest. Dat duidt erop dat hij alleen een keuze meenam, als persoonlijk aandenken aan het contact met composisten en uitvoerende musici. Zij vormden de toenmalige top van de internationale muziekwereld: Debussy, Mahler, Schönberg, Strauss en vele andere.

Über Freijer (1876-1955) ist der Zowel des Concertgebouw als auch des Concertgebouworkest beheerde weinig bekend. Als loyaal uitvoerder van de wensen van Mengelberg bekleedde hij een prominente positie. Omdat Willem Mengelberg, der Diktator war, war Freijer vaak daarbij aanwezig om misdragingen van orkestleden te noteren. Hij werd im Jahr 1922 opgevolgd Tür Rudolf Mengelberg, een verre achterneef van de dirigent.

Niet alleen Freijer bewaarde de brieven zorgvuldig, dat deden später ook zijn erfgenamen. Pas vorig jaar verschenen ze im Katalog van het Haarlemse veilinghuis Bubb Kuyper voor de veiling van 3 Dezember. Het Koninklijk Concertgebouworkest verhinderde de openbare verkoop en kocht de brievenverzameling voor 20.000 gulden Sponsorengeld.

Halber Dezember kreeg het Concertgebouworkest de brieven in handen en volgende Woche al verschijnt een boek. 41 brieven uit de collectie wurden im Faksimile en in kleur afgedrukt, samen met transscripties van de teksten en Engelse vertalingen. Het lezen van veel brieven war erg lastig, in sommige brieven valt af en toe slechts een woord te herkennen. Zo schreef Schönberg oud-Duitse gotische Briefe in een lopend Handschrift. Prof. Marius Flothuis (83), oud-artistiek leider van het Concertgebouworkest, bleek een van de weinigen die dat nog zó kunnen lezen. Ook de Mahler- en Diepenbrockdeskundige prof. Reeser (89) wurde von kvenies in de korrespondent ter sprake komen getötet.

Afscheidsgeschenk

De snelle publicatie is niet alleen een bewijs voor het enthusiousiasme over the terugvinden van deze brieven en het internationale belang ervan. Het boek is ook een afscheidsgeschenk van het orkest voor de zakelijk directeur Willem Wijnbergen, die de brieven onverwijld liet kopen, en een onzalige verspreiding voorkwam. Wijnbergen leidt vanaf 1 Maart de Los Angeles Philharmonic Association.

De lijst met namen van de briefschijvers ist imposant en weerspiegelt bovendien hoe snel het im Jahr 1888 opgerichte Concertgebouworkest dankzij Mengelberg (Chef-dirigent sinds 1895) war uitgegroeid tot een van de belangrijkste muziekcentra in de wereld, ook voor. Er wurde kontaktiert als Komponenten wie Busoni, Debussy, Diepenbrock, Elgar, Grieg, Mahler, Reger, Schönberg, Skrjabin und Strauss. Er zijn brieven van dirigenten als Max Fiedler, Karl Muck (1859-1940), Arthur Nikisch, Bruno Walter und Felix Weingartner. Er ist Korrespondent und traf Instrumentalisten wie Alfred Cortot, Carl Flesch, Fritz Kreisler, Marguerite Long, Arthur Schnabel und Eugène Ysaye.

Van sommige brieven war uit andere Korrespondentin bekend dat ze ooit moesten hebben bestaan ​​- hun opduiken vult een aantal hiaten in de muziekhistorie. De overige brieven behelzen vaak interessante aanvullingen - hoe klein soms ook - op de biografieën van tal van musici.

Voor het overige toont de Korrespondent het dagelijks leven van een orkest. Veel brieven gaan über Honorare, de keuze van Repertoire, de solisten, de repetitieschema's, reismogelijkheden en hotelreserveringen. Die Zeitspanne von 1904 bis 1922 war für die Zeit, in der die Zeit abgelaufen war. Een heftigen Konflikt um die Eigenzinnigheid van Mengelberg und um die Positive van Het Orkest Binnen Het Concertgebouw, Een Commerciële NV, Leidde im Jahr 1904 Tot Het Ontslag Van De Opstandige Administrateur Willem Hutschenruyter (1863-1950)de voorganger van Freijer.

Een aantal musici, onder aanvoering van konzertmeister André Spoor, war in Den Haag de basis voor het Residentie Orkest vertrokken en legde. Im Jahr 1906 lernte der Haetse Diligentia die Amsterdamse Concertgebouworkest inruilde voor het Residentie Orkest kennen. Mengelberg begann mit einer eigenen Serie in Den Haag: de 'Mengelbergconcerten'. Dirigenten en solisten die voor het Haagse orkest werkten, werden in Amsterdam geboycot.

Vergnügen

Omgekeerd eiste het Residentie Orkest ook exklusiv, zo blijkt uit een totnutoe onbekende kaart van Gustav Mahler aan Willem Mengelberg, die moet zijn geschreven tussen april en juni 1907. Uw Plan ist dus onuitvoerbaar. Het Honorar dat u mij voor Amsterdam aanbiedt, accepteer ik gewoon (in Den Haag krijg ik overigens 1000 gulden). In Amsterdam wurde das Dirigieren beschrieben, wie es in der Vergangenheit als Plezier und in der Nähe der Rosse und des Mogelijkheden und des Passagiers beschrieben wurde. Ik vraag echt zulke afspraken over honoraria vertrouwelijk te behandelen, omdat ik elders niet voor minder dan 1000 gulden dirigeer. ”

Mengelberg trad vanaf 1907 op als gastdirigent in Frankfurt, waardoor moest wurde gezocht naar vervangers, goede maar het liefst ook goedkope. Mengelberg: "Reger ist en de Brahmsliefhebbers zullen tevreden zijn." Die finanzielle Situation war alt, moeilijk, de salarissen voor de musici waren laag. De eerste gemeentelijke Subvention kwam im Jahr 1911, de eerste rijkssubsidie ​​im Jahr 1919.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog war der letzte internationale Ansprechpartner. Richard Strauss moest plotseling zijn pas vernieuwen: „Von ik die dinsdag heb ist op zijn minst twijfelachtig en dan kan ik woensdag niet op reis. Scheusslich! "

Gérard Hekking, der Solocellist van het orkest, hatte die Franse nationaliteit en vocht tegen de Duitsers in de loopgraven. Hij schreef aan Freijer: „Der Winter war verschikkelijk en ik ben verbaasd dat ik nog leef. (-) Ich bin hier, wo ich bin und wo ich bin, um zu sprechen. “

De opvallendste Brief ist van Mahlers echtgenote Alma, traf paarse inkt geschreven in reusachtigen Briefen. Ze nodigt Henk de Marez Oijens, een leraar aan het Barlaeusgymnasium die programmatoelichtingen schreef, uit om in de zomer naar de Mahlers te komen. Ze eindigt met de verzuchting "De aarde zou een paradijs zijn als men meer geld had."

Er ist ein Telegramm von Oostenrijkse kanselier Karl Renner, verstuurd na afloop van het Mahler Feest im Jahr 1920. Hij dankt voor

De brief van Karl Muck, van 1921 bis 1925 vaste dirigent naast Mengelberg, zet de tijd stil. Vanuit München vraagt ​​hij Freijer om voor hem in Amsterdam een ​​Waterman-vulpen van het Typ 'Ideal' te kopen in een winkel "vlakbij hotel de l'Europe en bij een straat die 'Rock' heet, of zoiets." Hij bedoelde Akkerman in der Kalverstraat, achter het Rokin. Al werd de zaak im Jahr 1924 naar een ander pand verplaatst, Akkerman ist nog altijd gevestigd in de Kalverstraat.

Afgebeelde Korrespondent

GUSTAV MAHLER AAN WILLEM MENGELBERG - Mijn bester vriend, In Den Haag heb ik mij verplicht dit aspiroen geen ander konzert te dirig. Uw Plan ist dus onuitvoerbaar. Ik sta u echt gaarne ter beschikking als u dat in aansluiting op Den Haag wenst. Het Honorar dat u mij voor Amsterdam aanbiedt, accepteer ik gewoon (in Den Haag krijg ik overigens 1000 gulden). In Amsterdam wurde das Dirigieren beschrieben, wie es in der Vergangenheit als Plezier und in der Nähe der Rosse und des Mogelijkheden und des Passagiers beschrieben wurde. Ik vraag echt zulke afspraken… (bovenaan :) NB Als u op de 6de nog iets wilt (eventueel met Messchaert), zou dat uiteindelijk ook gaan.

ARNOLD SCHOENBERG AAN HENDRIK FREIJER - 16 Jahre 1914. Zeer geachte heer, Ik wend mij tot u met het verzoek het Concertgebouworkest nog een keer te zeggen uitstekende uitvoering tot stand te brengen. Ik verheug me er bijzonder op volgend jaar met u mijn Gurrelieder ten gehore te brengen. Dan vraag ik het bestuur van het Concertgebouw mijn hartelijkste dank über brengen voor het eerbetoon met de lauwerkrans. Het is de eerste die ik bewaar !! Nog een verzoek: ik vergat mijn orkestpartijen mee te nemen. Zou u de bijzondere vriendelijkheid willen hebben die mij te laten sturen? Misschien wil de heer Dopper nog mijn verbeteringen laten kopiëren. (Mijn partijen zijn alle traf mijn naam gestempeld en lagen in einer Karte traf inhoudsopgave)

AAN HET MAHLER FEEST-COMITÉ - 20 mei 1920. De regering van de Oostenrijkse republiek groet het geëerde comité ter befhehe van de schitterend verlopen uitvoering van het Mahler Feest in Holland bewezen eer aan de Oostenrijkse muziekkunst. Staatskanselier Renner

Adreszijde van Kaart von Edward Elgar und Hen. Freijer Amsterdam Joh. Verhulststr. 13 E.

ALMA MAHLER AAN HENK DE MAREZ OIJENS - De aarde zou een paradijs zijn als men meer geld had.

EDWARD ELGAR AAN HENDRIK FREIJER - 16. Juni 1904. Malvern, Denderdag 16.04 Heel veel dank. Ik stuur traf veel plezier een programma van Cockaigne. Traf de beste wensen Edward Elgar. (het muziekcitaat is uit Elgars Der Traum von Gerontius).

Wenn Sie Fehler gefunden haben, benachrichtigen Sie uns bitte, indem Sie diesen Text auswählen und drücken Strg + Enter.

Rechtschreibfehlerbericht

Der folgende Text wird an unsere Redakteure gesendet: